logo

Onderzoek

Diagnostisch onderzoek

Aan vrijwel iedere behandeling gaat een diagnostisch onderzoek vooraf.
Ontwikkelingsachterstand, intelligentieniveau en sociaal - emotionele problematiek worden hierdoor in kaart gebracht. Op grond hiervan wordt een advies gegeven.

Een diagnostisch onderzoek kan bestaan uit:

  • Spelobservatie
  • Intelligentieonderzoek
  • Onderzoek van de sociaal emotionele ontwikkeling d.m.v. functieonderzoek en/of persoonlijkheidsonderzoek
  • Observatie op school / thuis
  • Gezinsobservatie

Intelligentieonderzoek:

Wat is nu eigenlijk intelligentie? Een definitie van intelligentie kan zijn: het vermogen om relaties (tussen personen en/of zaken) te begrijpen, om (na) te denken, om problemen op te lossen, en om je aan te passen aan nieuwe situaties.
Een IQ van 100 wordt als gemiddeld gezien. De helft van de Nederlanders hebben een IQ dat ligt tussen de 90 en de 110.
De testresultaten van het intelligentieonderzoek geven aan hoe de intelligentie van het kind is opgebouwd. Wat zijn de sterke en wat zijn de zwakke punten? Advies voor begeleiding wordt vaak gebaseerd op de sterkte-zwakte analyse.

Observaties tijdens de testafname geven informatie over de taakaanpak van het kind. Er wordt o.a. gekeken naar:

  • Werkt het kind impulsief
  • Gaat  het kind via “trial and error” te werk
  • Geeft het kind het snel op als een taak te lastig voor hem wordt
  • De concentratie van het kind tijdens de test
  • Heeft het kind woordvindingsproblemen
  • Gevoeligheid voor afleidbare prikkels tijdens de test

Functieonderzoek:

Om een goed advies te kunnen geven over de begeleiding die het kind nodig heeft, is het belangrijk om de sterke en de zwakke punten in beeld te brengen. De volgende onderdelen kunnen in een functieonderzoek aan bod komen:

  • Auditief geheugen
  • Visueel geheugen
  • Figuur-achtergrond informatie onderscheiden
  • Ordening van taken
  • Aandacht: kan het kind langere tijd de aandacht vasthouden? Kan het kind nauwkeurig werken? Werkt het kind impulsief?
  • Informatieverwerking

Persoonlijkheidsonderzoek:

Wanneer een kind niet lekker in zijn vel zit, kan door een persoonlijkheidsonderzoek de sociaal-emotionele ontwikkeling in kaart gebracht worden. Er zijn vragenlijsten voor de leerkracht, de ouders en het kind zelf. Afhankelijk van de leeftijd van het kind wordt naast de vragenlijsten gebruik gemaakt van projectief materiaal en spel. De vragenlijsten richten zich o.a. op:

  • (Faal)angst
  • Beleving van het kind over zijn eigen competenties
  • Schoolbeleving
  • Theory-of-mind (ideeën of gedachten over de sociale werkelijkheid, wensen en gedrag dat hieruit voortvloeit)
  • *Gedragsproblemen

* Hierbij kan gedacht worden aan een gedragsonderzoek voor het vaststellen van een psychiatrische stoornis zoals AD(H)D, autisme, PDD-NOS of DCD.

kinderfysio