logo

Behandelindicaties Peuters

De peuter leert lopen, klimmen, springen en rennen. Uw peuter doet het liefst u in alles na en is volop in de weer met emmertjes, doekjes, tassen en keukengerei. Het wil graag alles zelf doen en wordt steeds zelfstandiger. Alles gaat met vallen en opstaan en uw kind kan regelmatig een buil of schaafplek oplopen. Uw peuter wil graag naar buiten en dit is voor zijn ontwikkeling ook erg belangrijk! Het lopen houdt hij gaandeweg steeds langer vol, maar hij zit ook nog graag op de schouders van zijn ouders of verzorgers. 

Vanaf 3 jaar kunnen de meeste peuters fietsen op een driewieler. Ze kunnen even op één been staan, op een balk balanceren en springen van een kleine verhoging. Dit vergt al veel behendigheid, coördinatie en spierkracht. Bij sommige kinderen lukt dit allemaal nog niet en dan kan er sprake zijn van een trage ontwikkeling. U merkt dan dat uw kind moeite heeft met het zelfstandig worden, het lopen, rennen, springen, klimmen en klauteren. 

Peuters kunnen, afgezien van ernstige aandoeningen, vaardigheden passend bij hun leeftijd niet of niet goed genoeg beheersen, of prikkels van buitenaf moeilijk verwerken. Dit kan hen beperken in spel en contact met leeftijdsgenootjes.

Peuters kunnen eigenlijk alleen spelenderwijs oefenen: zij doen vooral wat ze zelf willen. Meestal komen peuters met een ouder in de praktijk.

De kunst is om spelenderwijs die dingen over te dragen die we ze graag willen leren zo dat het ook thuis in het dagelijks ritme “geoefend” kan worden.

Kinderfysiotherapie kan zinvol zijn wanneer:

  • uw kind moeite heeft met grof motorische vaardigheden
  • onhandigheid (dyspraxie), uw kind valt veel
  • voorzichtig en terughoudend is met bewegen en zich moeilijk laat uitlokken
  • trage motorische ontwikkeling
  • moeite heeft met leren puzzelen, aan en uitkleden, zelfstandig eten
  • gespannen en/of te actieve peuter
  • slappe en/of te rustige peuter
  • drink- of eetproblemen
  • uw kind lijkt pijn bij bewegen te hebben
  • verschil in bewegen tussen linker en rechter lichaamshelft
  • verschil in bewegen tussen bovenste en onderste lichaamshelft
  • opvallende motoriek: tenenloper, sterk naar binnen lopen met de voeten
  • ademhalingsproblemen, astma, bronchitis
  • orthopedische problemen
  • mentale retardatie (achterstand in de verstandelijke ontwikkeling) o.a. Syndroom van Down
  • sensorische verwerkingsproblemen
  • contact met leeftijdsgenoten verloopt moeizaam
  • kinderen met een handicap o.a op basis van hersenbeschadiging, spina bifida, plexus leasie, spierziekte en syndromen

De behandeling is gericht op het trainen van vaardigheden. Plezier in bewegen staat hierbij centraal. Bij elke leeftijd horen bepaalde motorische vaardigheden die je onder de knie moet krijgen. Het is prettig dat je daarbij gerichte hulp krijgt. Een kind dat t.g.v. een ziekte of handicap in zijn bewegen beperkt is, kan leren omgaan met zijn beperkte mogelijkheden en leren op een aangepaste manier optimaal te bewegen.

kinderfysio